Menukaart afvalpreventie Huishoudelijk Afval

Waarom werken aan minder afval?

Werken aan minder huishoudelijk afval is nuttig en noodzakelijk. Hieronder staan vier afwegingen om te werken aan afvalpreventie:

  1. Maatschappelijke impact
  2. Kostenbesparing
  3. Wettelijke verplichtingen
  4. De juiste invalshoek: Anderen in je gemeente motiveren

Al het afval dat niet ontstaat, hoeft ook niet verbrand of gerecycled te worden. Dat bespaart onder andere CO2-uitstoot. 45% van het huishoudelijk afval wordt verbrand en 55% wordt gerecycled. Alhoewel het recyclingpercentage stijgt, blijft recycling een lagere strategie op de R-ladder dan het voorkomen van afval. Door tweedehands te kopen en te repareren zijn minder nieuwe grondstoffen nodig. Dat vermindert de grondstoffenafhankelijkheid van andere landen.

Verschillende afvalpreventiethema’s dragen bij aan een verminderde milieu-impact:

  • Tweedehands spullen en kleding kopen is beter voor milieu omdat het voor een deel de aankoop van nieuwe producten vervangt. Reparatie is beter voor het milieu omdat apparaten en spullen een langere levensduur krijgen. Ook dat vervangt voor het deel de aankoop van nieuwe producten. En dat bespaart grondstoffen en energie.
  • De milieu-impact van  wasbare luiers en wasbare bekers is berekend met een multi-levenscyclus analyse. Daaruit blijkt dat de wasbare varianten een lagere milieu-impact hebben dan de wegwerpluiers en -bekers.
  • Het maken van voedsel kost grondstoffen als water, grond en energie. Het verspillen van voedsel is daarom slecht voor het milieu.

Gemeenten kiezen ook voor werken aan afvalpreventie om kosten te besparen. Als minder afval ‘geproduceerd’ wordt, hoeft er ook minder afval verwerkt te worden. Gemeente Haarlem heeft bijv. na het invoeren van de ja-sticker (opt-in systeem) 600 ton papierafval bespaard. Minder afvalverwerking bespaart kosten en kan op termijn zelfs leiden tot een lagere afvalstoffenheffing.

Onderzoek van Milieu Centraal laat zien hoeveel geld, en afval, je bespaart door bepaalde afvalpreventiemaatregelen. Het loont om afval besparende maatregelen te implementeren en circulaire gedragingen te stimuleren en faciliteren, omdat het direct de kosten voor afvalverwerking kan verminderen.

Afvalpreventie kan ook bijdragen aan minder kosten voor huishoudens. Wegwerpluiers kosten per kind gemiddeld €500,- meer dan wasbare luiers. Als ouders investeren in wasbare luiers, kost dat bij aanschaf meer, maar op de lange termijn minder. Bovendien kunnen wasbare luiers door meerdere kinderen worden gebruikt. Door zindelijkheidstraining eerder te starten kunnen ouders ongeveer €600 per jaar besparen.

Maatregelen afvalpreventie
Maatregel afvalpreventie Afvalbesparing per jaar Kostenbesparing voor gemiddelde gemeente per jaar*
Vroege zindelijkheid Maximaal 15% minder luierafval €5.000
Opt-in systeem reclamefolders ('ja-sticker') Gemiddeld 50% minder afval van ongeadresseerd reclamedrukwerk €15.250
Verspreiden van hulpmiddelenpakket tegen voedselverspilling Gemiddeld 23% minder voedselverspilling €81.000
‘Eerst op tape’ tegen voedselverspilling Maximaal 28% minder voedselverspilling
Tweedehands kopen grote meubels Maximaal 17,5% minder meubelafval €19.250 en €20.500
Reparatie van grote meubels Maximaal 16,5% minder meubelafval
Tweedehands smartphones en laptops kopen Maximaal 9,7% minder afval van deze apparaten €400 en €1000
Repareren van smartphones en laptops Maximaal 23% minder afval van deze apparaten
Tweedehands kleding kopen Maximaal 20% minder kledingafval €13.000 en €16.000
Reparatie van kleding Maximaal 25% minder kledingafval
*Zie hoofdstuk 3.1 van het rapport Afval- en kostenbesparing door afvalpreventie voor de toelichting op ‘gemiddelde gemeente’.

Bron: rapport Milieu Centraal

Europese en nationale wet- en regelgeving verplichten overheden te werken aan afvalpreventie.

Europese wetgeving en beleid

De Kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra) verplicht lidstaten om te werken aan afvalpreventie. Artikel 9 van de Kra bevat dertien maatregelen die lidstaten moeten nemen om afvalproductie te voorkomen. De meest relevante maatregelen voor huishoudelijk afval zijn:

  • Het bevorderen en ondersteunen van duurzame productie- en consumptiemodellen (art. 9 Kra lid 1 onder a);
  • Het aanmoedigen van hergebruik van producten en de invoering van systemen die reparatie- en hergebruikactiviteiten stimuleren (art. 9 Kra lid 1 onder d);
  • Het ontwikkelen en steunen van voorlichtingscampagnes om de bewustwording van afvalpreventie en zwerfafval te bevorderen (art. 9 Kra lid 1 onder m).

De herziene Kra, die vanaf 2027 ingaat, bindt lidstaten ook aan het Sustainable Development Goal 12.3, die het tegengaan van voedselverspilling betreft. De Europese Commissie heeft als doel dat in 2030 lidstaten voedselverspilling hebben teruggedrongen ten opzichte van 2015:

  • met 10% in verwerking en productie en;
  • met 30% per hoofd van de bevolking in de detailhandel en restaurants, horeca en huishoudens.

De Packaging and Packaging Waste Regulation krijgt ook doelstellingen die linken aan afvalpreventie: verpakkingsafval moet tegen 2030 met 5% worden verminderd. In 2035 moet dit 10% zijn en in 2040 15%. Ook komen er doelstellingen rondom minder lege ruimte in dozen (max. 50%), meer herbruikbare verpakkingen (bijv. pallets en drankverpakkingen).

Nationale wetgeving en beleid

Een Europese richtlijn moet opgenomen worden in het nationale recht. Het nemen van maatregelen om afval te voorkomen is in Nederland niet verplicht gesteld voor overheidsorganen. De wettelijke basis om te mogen werken aan afvalpreventie is er wél. De bevoegdheid om te mogen werken aan afvalpreventie is neergelegd in artikel 9.5.2 Wm. De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat de bevoegdheid neergelegd in artikel 9.5.2 ook geldt voor lagere overheden. Een gemeente kan daarvan gebruikmaken bij het maken van de afvalstoffenverordening.

Nationaal Programma Circulaire Economie

Nederland wil in 2050 klimaatneutraal, fossielvrij en circulair te zijn. Circulair zijn betekent dat de milieueffecten van de Nederlandse productie en consumptie in 2050 binnen de draagkracht van de aarde moeten vallen. Het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) benadrukt ook het belang van het verminderen van grondstoffengebruik en levensduurverlenging.

Onder vermindering van grondstoffengebruik vallen de volgende circulaire strategieën:
Knop NPCE Circulaire strategie Toelichting
Vermindering grondstoffen Afwijzen Een product niet aanschaffen of gebruiken, door van de functie af te zien of de functie op een andere manier in te vullen.
Heroverwegen Het gebruik van een product intensiveren door delen met anderen of door het product meer functies te geven.
Verminderen Een product efficiënter fabriceren door minder grondstoffen en materialen te verwerken en efficiënter maken in gebruik.
Levensduurverlenging Hergebruiken Hergebruik van een product in dezelfde functie door een andere gebruiker.
Repareren Repareren en onderhouden van een kapot product om het te gebruiken in zijn oude functie.
Opknappen Opknappen of moderniseren van een oud product.
Herfabriceren Onderdelen van een afgedankt product gebruiken in een nieuw product met dezelfde functie.
Herbestemmen

Een product, of onderdelen ervan, gebruiken in een nieuw product met een andere functie.

In het NPCE staan verschillende maatregelen op alle R-strategieën toegelicht. Ook voor afvalpreventie. Voorbeelden daarvan zijn:

  • Circulaire Ambachtscentra (een landelijk dekkend netwerk in 2030),
  • Meubels (levensduur van meubels is in 2030 maximaal verlengd),
  • Elektrische apparaten (reparatiemogelijkheden zijn in 2030 maximaal geprofessionaliseerd en versterkt)
  • Textiel (in 2030 wordt 15% van de textielproducten die op de Nederlandse markt worden gebracht, na inzameling hergebruikt in NL).

Programma VANG Huishoudelijk Afval

Het programma VANG Huishoudelijk Afval heeft geen specifieke doelstellingen op totaal minder huishoudelijk afval. Maar maatregelen voor afvalpreventie kunnen wel bijdragen aan de doelstelling van 100 kg restafval per inwoner per jaar. Daarnaast leidt minder afval ook vaak tot minder zwerfafval.

Hoe overtuig je je collega van het belang van afvalpreventie? Iedere beleidsmaker heeft te maken met zijn eigen belangen. Het is daarom belangrijk om de juiste invalshoek te kiezen.

Er zijn vijf invalshoeken waarmee het makkelijker is je collega’s of wethouder aan boord te krijgen:
Aanknopingspunt Invalshoek
Maatschappelijke relevantie creëren met beleid Circulariteit als instrument voor lokale werkgelegenheid, welzijn en leefbaarheid. Wethouders die circulaire hubs opzetten, vertellen hoe milieubeleid een onverwachte sociale functie krijgt: verbinding, zingeving, trots en concurrentievoordeel voor bedrijven uit de regio.
Strategisch economisch beleid voeren in onzekere tijden Minder afhankelijkheid van geopolitiek = meer regionale veerkracht. Beleidsmakers die circulaire bedrijvigheid stimuleren, merken dat dit sectoren aantrekt die minder kwetsbaar zijn bij internationale schokken.
Innovatie aanjagen zonder weerstand Circulariteit als kans in plaats van verplichting. Regio’s die circulaire experimenten ruimte geven, vertellen dat ondernemers sneller meedoen als het voelt als innovatie, niet als last.
Beleid zichtbaar laten landen bij burgers Circulaire initiatieven als katalysator van vertrouwen en participatie. Gemeenten met Repair Cafés, buurtkringlopen of deelinitiatieven rapporteren meer sociale cohesie én positiever imago van de overheid.
Slimme koppelingen maken tussen opgaven Circulair beleid als integrator: klimaat, energie, werk, grondstoffen. Provincies die circulariteit koppelen aan woningbouw of landbouw vertellen dat het beleidsdomeinen verbindt en synergie creëert.

Tips hoe je dit toepast? Zie: Toepassen circulair narratief van de Toolbox-circulair gedrag gemeenten.