Les 7 - Maak goed scheiden makkelijk en laagdrempelig


Of je nu wel of niet met een financiële prikkel werkt, het scheiden van afval moet altijd eenvoudig en laagdrempelig worden gemaakt voor ál je inwoners. Goede scheidings- en recycleresultaten haal je alleen als voorzieningen voor het scheiden van stromen makkelijk bereikbaar, toegankelijk, herkenbaar én vooral ook dichtbij zijn. Een optimaal serviceniveau is zodanig ingericht dat het scheiden van grondstoffen stimuleert en tegelijkertijd het produceren van restafval ontmoedigt.

Dit betekent dat verzamelcontainers voor grondstoffen dichtbij zijn en huis-aan-huis inzameling frequent (maar wel efficiënt) plaatsvindt. Tegelijkertijd stimuleer je een afname van restafval door het serviceniveau hiervan af te bouwen.

Wat vraagt dit van de gemeente?

Maak goed scheiden makkelijk en laagdrempelig. Je serviceniveau moet passen bij je ambitie: Wanneer je van je inwoners vraagt zo veel mogelijk grondstoffen te scheiden en zo min mogelijk restafval te produceren, moeten de scheidingsfaciliteiten ook hierop zijn ingericht.

Effect op de recycledoelstelling

De mate waarin zogenaamde ‘servicedifferentiatie’ invloed heeft op het recyclepercentage is sterkt afhankelijk van de manier waarop je inzamelservice is ingericht. Veel gemeenten in Nederland laten zien dat alleen al een lagere inzamelfrequentie van restafval direct leidt tot een significante restafvalreductie. Omgekeerd inzamelen, waarbij de focus van de inzameling verschuift naar intensieve service op grondstoffen in combinatie met het wegbrengen van restafval, leidt tot de allerbeste resultaten. In combinatie met diftar zien we dat het recyclepercentage van deze gemeenten gemiddeld ruim boven de 65% uitkomt.

Hoe richt ik effectieve service in?

Effectieve service voor afvalscheiding betekent dat het afval zo wordt ingezameld dat het maximale hoeveelheden herbruikbare en recyclebare materialen oplevert, tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten (dit laatste is natuurlijk een politieke keuze). Dit wordt bereikt door de inzameling zo eenvoudig en logisch mogelijk te maken en te laten aansluiten op de ambities die je als gemeente hebt. De twee meest toegepaste strategieën hierin zijn laagfrequent inzamelen van restafval en omgekeerd inzamelen.

Laagfrequent inzamelen restafval

Dit is een aanpak die zich richt op de frequentie waarmee het restafval wordt opgehaald. Traditioneel is dit eens per 2 weken, of in sommige gemeenten zelfs nog wekelijks. Het verlagen van deze inzamelfrequentie naar eens per 4 (of in sommige gevallen zelfs eens per 8) weken, zorgt voor een stevige impuls in afvalscheiding.

Kern van deze aanpak is dat het ophalen van restafval wordt verminderd, terwijl recyclebare stromen zoals PMD, gft-afval en OPK vaker worden ingezameld. Door de inzamelfrequentie van restafval te verlagen, is de grijze container sneller vol. Dit dwingt inwoners na te denken over hun scheidingsgedrag en motiveert zodoende om meer afval te scheiden: de gft-afval, PMD- en papiercontainer worden immers eerder geledigd.

Bijkomend voordeel is een kostenbesparing: een halvering van de inzamelritten voor restafval betekent een forse daling van de logistieke kosten (en CO2­-uitstoot!). Bovendien dalen de verwerkingskosten door de reductie van het restafval en de toename van waardevolle grondstoffen als OPK (oud papier en karton), glas, PMD en textiel.

Uitdaging is wel om de kwaliteit van de gescheiden stromen op peil te houden. Als de grijze container vol zit en deze nog niet geleegd wordt, kan de neiging ontstaan om restafval in andere containers te dumpen. Ruime aandacht voor het belang van de kwaliteit van de grondstofstromen, in combinatie met eventueel afvalcoaches en handhaving kunnen helpen dergelijk ontwijkgedrag te voorkomen.

Omgekeerd inzamelen

Sommige gemeenten gaan nog een stap verder, en stoppen helemaal met het inzamelen van restafval aan huis. Dit wordt ‘omgekeerd inzamelen’ genoemd. Kern van de aanpak is dat de gemeente recyclebare stromen (PMD, gft-afval, OPK) bij de huishoudens ophaalt, terwijl inwoners hun restafval zelf naar een centrale plek in de wijk moeten brengen, vaak een ondergrondse container met toegangscontrole. Idee is dat hierdoor een drempel ontstaat om restafval te produceren en daarom aan huis beter gaat scheiden.

Omgekeerd inzamelen wordt in veel gemeenten toegepast als aanvulling op diftar. In combinatie werken deze twee instrumenten zeer effectief. Een groot deel van de koplopers in Nederland past deze inzamelstrategie dan ook toe. Door de vaak nog grote hoeveelheid restafval in gemeenten zonder diftar, is het draagvlak -en daarmee de effectiviteit- van omgekeerd inzamelen in deze gemeenten iets minder groot.

Hoewel sommige inwoners omgekeerd inzamelen zullen ervaren als een serviceverlaging, betekent het 24/7 kwijt kunnen van restafval in een verzamelcontainer voor anderen juist een serviceverhoging en flexibiliteit. Voor ouderen, minder validen of huishoudens met veel medisch afval kan het verplicht wegbrengen van restafval naar een centrale container juist als een drempel worden ervaren. Om politiek en publiek draagvlak te vergroten is het daarom belangrijk maatwerk te bieden voor kwetsbare doelgroepen.