Vervolgonderzoek naar snijbloemen bij het gft


Minister Wiersma (ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) heeft namens het kabinet de Kamer geïnformeerd over geïmporteerde snijbloemen (Kamerbrief van 21 januari 2026). Eén van de aanbevelingen uit onderzoek gaat over of deze nog wel bij het gft-afval mogen worden weggegooid vanwege de aanwezigheid van werkzame stoffen op geïmporteerde snijbloemen (rozen) waarvan een deel niet voor gebruik in de EU is goedgekeurd. Omdat dit raakt aan de wel/niet-lijst gft, herhalen we in dit artikel de informatie uit de Kamerbrief.

Aanleiding onderzoek

Een onafhankelijk onderdeel van de Nederlandse Voedsel-en Waren Autoriteit (NVWA), Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek (BuRO), heeft in 2024 een onderzoek uitgevoerd naar de risico’s van de aanwezigheid van residuen gewasbeschermingsmiddelen op geïmporteerde rozen uit niet-EU lidstaten voor mens (consumenten, werknemers en inspecteurs) en milieu (bodemorganismen en bijen). Naar aanleiding van dit onderzoek heeft BuRO een advies gepubliceerd op 21 januari. Tijdens het Commissiedebat Gewasbescherming op 15 mei 2024 heeft het lid Pierik (BBB) een vraag gesteld over de mogelijkheid om een residulimiet in te stellen op sierteeltproducten waar middelen op zitten die in Nederland verboden zijn. Er is hierbij aangegeven om de resultaten van het onderzoek van BuRo af te wachten, en er is toegezegd om de Kamer hierover te informeren.

Link met gft-afval

Eén van de aanbevelingen heeft een connectie met gft-afval. Uit het rapport blijkt dat op snijbloemen (rozen) residuen van werkzame stoffen zijn aangetroffen, waarvan een deel niet voor gebruik in de EU is goedgekeurd. Volgens de NVWA leidt dat mogelijk tot een risico voor bodemorganismen en bijen, in situaties dat bloemafval bij het gft-afval terechtkomt en vervolgens tot compost wordt verwerkt. Bovendien kunnen die stoffen bijdragen aan resistentie tegen ‘azolen’, stoffen die tegen schimmels in de gezondheidszorg en de landbouw worden gebruikt.

Om deze risico’s te voorkomen wordt in het rapport geadviseerd consumenten en bedrijven op te roepen om afval van geïmporteerde rozen en andere snijbloemen uit derde landen niet meer bij het gft-afval te gooien, maar in plaats daarvan bij het huishoudelijk- en bedrijfsrestafval. Om de eenduidigheid van de afvalscheidingsregels te waarborgen zou dit advies niet alleen moeten gelden voor geïmporteerde snijbloemen, maar ook voor (biologische) snijbloemen die in Nederland en Europa zijn geteeld. De consequenties van deze maatregel zijn voor het kabinet nu nog niet inzichtelijk en kunnen potentieel verstrekkend zijn. Daarom is het RIVM gevraagd om nader onderzoek te doen en te oordelen of maatregelen op dit vlak noodzakelijk zijn. Hier zal het kabinet op een later moment op terugkomen.