Van keukenemmertje naar 60 liter: zo zamelt Horst aan de Maas gfe in
Geen grote gft-container, maar een bak die speciaal bedoeld is voor groente-, fruit- en etensresten (gfe). Sinds maart 2025 zamelt de gemeente Horst aan de Maas wekelijks gfe in met een 120-litercontainer, met daarin een binnenbak van 60 liter. Hoe werkt dat in de praktijk? Vera van Huët, afvalcoach bij gemeente Horst aan de Maas, deelt de ervaringen.
Van emmer naar container
Gfe apart inzamelen deed Horst aan de Maas al langer: de gemeente behoort al jaren tot de koplopers op het gebied van afvalscheiding en recycling. Door inwoners een aparte bak te geven, maakt de gemeente duidelijk dat gfe gescheiden moet worden. ‘Vroeger gebruikten inwoners voor het gfe keukenemmertjes van 10 of 20 liter, die twee keer per week werden geleegd’, vertelt Vera. ‘Toen het inzamelcontract in 2025 afliep, moest de gemeente op zoek naar een andere oplossing.’
Met de achterlader liepen beladers achter de wagen en haalden ze de zakjes uit de emmertjes, maar dat paste niet meer bij de huidige arbeidsomstandigheden en duurzame inzetbaarheid. ‘Toen we overstapten naar een zijlader moesten we dus ook iets met die emmertjes.’ Een container lag voor de hand, maar een bak van 120 liter vond de gemeente onnodig groot. ‘Met een keukenemmertje van 20 liter dat twee keer per week werd geleegd, konden inwoners zo’n 40 liter per week kwijt. Zo kwamen we uiteindelijk uit op een binnenbak van 60 liter: dat geeft net iets meer ruimte, maar voorkomt ook dat ongewenst afval makkelijk onder het gfe verstopt wordt. Je kunt namelijk nog steeds zien wat er op de bodem ligt.’
Precies groot genoeg
Die binnenbak zit in een container van 120 liter. ‘We hebben bewust gekozen voor een iets hogere bak, omdat dat voor het legen met de zijlader het handigst is’, legt Vera uit. ‘Een losse container van 60 liter is vrij laag en komt daardoor anders uit bij de belading van de vrachtwagen.’
De container wordt één keer per week geleegd. ‘De extra ruimte geeft wat speling: als een inzameldag bijvoorbeeld op een feestdag valt, kunnen we soms een week overslaan. Qua volume redt de inwoner het daarmee en zo besparen we ook de kosten van een inhaaldag.’
De overstap betekende voor inwoners wel meer dan alleen een nieuwe container. Ook de inzamelwagen en frequenties veranderden. ‘Een verandering kan gepaard gaan met weerstand. Daarom hebben we vooraf veel ingezet op communicatie: waarom doen we dit, wat vragen we van inwoners en wat mogen ze van ons verwachten? Terugkijkend zien we dat de overgang soepel is verlopen.’
Een oogje op de inhoud
In de praktijk blijkt één keer per week legen volgens Vera voldoende. ‘Het enige nadeel is dat je bij lang warm weer last kunt krijgen van beestjes, maar dat heb je bij gft-containers of emmertjes ook. We geven inwoners daarom tips en trucs mee.’ Een grotere bak maakt het tegelijkertijd makkelijker om er iets bij te gooien wat er niet thuishoort. ‘Rond het snoeiseizoen zien we bijvoorbeeld dat mensen de gfe-container ook als gft-container gebruiken – voor tuinafval. Chauffeurs controleren de inhoud daarom goed. Zodra er tuinafval, of ander ongewenst afval, in zit, krijgt de container een kaart en legen we hem niet.’
Tuinafval heeft in Horst aan de Maas een eigen route, deelt Vera. ‘We hebben bijna 1.300 bladkorven in de gemeente. Die worden twee tot drie keer per week geleegd en daar verzamelen we ons fijne tuinafval in.’
Kijk wat lokaal werkt
Voor andere gemeenten heeft Vera vooral één boodschap: kijk goed of de methode bij je gemeente past. Horst aan de Maas heeft namelijk nauwelijks hoogbouw. ‘We zijn een plattelandsgemeente: veel mensen hebben een huis met een tuin, een berging of een andere plek waar ze de container kunnen opbergen.’ Voor ongeveer tien locaties waar die ruimte ontbreekt, koos de gemeente voor maatwerk. Daar mogen inwoners nog een keukenemmertje gebruiken.
De aanpak trekt inmiddels ook de aandacht van andere gemeenten. ‘We krijgen vaker de vraag: kunnen we een keer komen kijken hoe jullie dat doen? Daar zijn we als koplopergemeente trots op. Maar er bestaat geen blauwdruk die overal werkt. Als je dichter bebouwd bent, gaat dit wellicht niet.’ Volgens Vera zit de belangrijkste les dan ook in het kijken naar wat lokaal werkt. ‘Juist door goed te kijken naar de eigen omgeving en inwoners, kunnen gemeenten bepalen welke onderdelen van de aanpak wél passen.’