Tijdig zindelijk: beter voor kind, ouders en milieu


Je ziet het steeds meer: gemeenten die actie ondernemen zodat kinderen eerder zindelijk worden. Vaak wordt dit geïnitieerd vanuit medewerkers afval en circulaire economie: eerder zindelijk betekent namelijk eerder uit de luiers en dus minder afval. Maar tijdige zindelijkheid heeft meer effecten. Naast minder kosten voor ouders, die minder luiers hoeven te kopen, draagt het ook bij aan de gezondheid van kinderen. Dat tijdige zindelijkheid zowel een afval- als een gezond heidsonderwerp is, benadrukt hoe belangrijk het is om samen werking op te zoeken tussen de domeinen. En dat gebeurt steeds vaker.

GRAM, maart 2026

Uit meerdere onderzoeken blijkt dat kinderen steeds later zindelijk worden. Ze zijn tegenwoordig met gemiddeld 3,5 jaar zindelijk, waar dit gemiddelde een generatie geleden nog op 2 jaar lag. Ook in de praktijk wordt duidelijk gemerkt dat er inderdaad sprake is van een stijging van de zindelijkheidsleeftijd, zowel op kinderdagverblijven, peuter-opvanglocaties, bij de jeugdgezondheidszorg als op basisscholen. Dit kan nadelige gevolgen hebben voor zowel het kind (schaamte, afhankelijkheid) als voor ouders (aanhoudende belasting van het verschonen, hoge luierkosten) en ook de ouder-kindrelatie kan onder druk komen te staan. Bovendien kunnen scholen een kind weigeren als het nog niet zindelijk is, waardoor het direct een achterstand oploopt.

Artsen binnen de jeugdgezondheidszorg wijzen ook op andere mogelijke effecten van late zindelijkheid: kinderen kunnen gezondheidsproblemen krijgen, zoals last van obstipatie. Zij benadrukken daarom het belang van het op tijd starten met de ontwikkeling van zindelijkheid. De Richtlijn Zindelijkheid van het Nederland Centrum Jeugdgezondheid adviseert ouders om te beginnen met zindelijkheidstraining als het kind tussen de 18 en 24 maanden oud is.

De oorzaken

Het thema zindelijkheid leeft niet meer: ouders weten vaak niet wat een geschikte leeftijd is om te starten met zindelijkheidstraining. Daarnaast krijgen ze verschillende adviezen van hun netwerk en professionals. Dit is verwarrend en resulteert erin dat ouders niet weten waar ze goed aan doen, wat leidt tot uitstel. Daar komt bij dat luiers technisch steeds beter zijn geworden. Ze voelen minder nat aan en zijn (té?) comfortabel, waardoor kinderen onvoldoende signalen krijgen om het zindelijkheidsproces te starten.

Ook maatschappelijke ontwikkelingen spelen een rol. “We leven in een drukkere en meer geïndividualiseerde samenleving,” zegt Fabienne Rikers. Ze is projectleider Kansrijke Start Westelijke Mijnsteek-Meerssen vanuit de GGD Zuid-Limburg. “Veel ouders werken allebei om rond te komen. Zindelijkheidstraining vraagt tijd, rust en aandacht, en die zijn niet altijd vanzelfsprekend.” De norm voor zindelijkheid verschuift zo ongemerkt: terwijl starten al mogelijk is tussen 18 maanden en 2 jaar, beginnen veel gezinnen pas met zindelijkheidstraining als de basisschool in zicht komt. Doordat kinderen dan snel zindelijk moeten worden kan er stress ontstaan, en dat werkt juist averechts. “Zindelijk worden is een bewustwordingsproces waarvoor rust nodig is,” benadrukt Fabienne. “Te veel druk kan de ouder-kindrelatie onder spanning zetten.”

Plasklas Zuid-Limburg

Waar zindelijkheid voorheen vanzelfsprekend was ruim vóór de start van de basisschool, blijkt dat nu niet meer altijd het geval. In Zuid-Limburg leidde die constatering niet alleen tot zorgen binnen de jeugdgezondheidszorg en kinderopvang, maar ook tot een unieke samenwerking tussen het sociale domein en de afvalwereld. Met de zogenoemde Plasklas werken gemeenten, GGD, jeugdgezondheidszorg, kinderopvang en afvalorganisaties samen aan een oplossing die kinderen vooruit helpt, de afvalberg laat slinken en kosten bespaart voor gezinnen.

De aanleiding voor de Plasklas lag bij Trendbreuk Zuid-Limburg, een Zuid-Limburgs samenwerkingsverband met de ambitie om in 2030 de gezondheidsachterstand van Zuid-Limburg met een kwart te verminderen ten opzichte van de rest van Nederland. Trendbreuk kreeg steeds meer signalen over late zindelijkheid en de daarbij horende problemen. Van hieruit is er gestart om aan een oplossing te gaan werken.

Die oplossing groeide al snel uit tot een omvangrijk project. Via contacten met de gemeente Landgraaf – waar door een persoonlijke ervaring met de Plasklas een initiatief genomen was – ontstond de wens om dit in meerdere gemeenten uit te rollen en werd er een projectplan geschreven. De beleidsmedewerker legde een cruciale verbinding: de relatie tussen verlate zindelijkheid en de grote hoeveelheden luierafval. Zo raakte afvalinzamelaar RD4 betrokken en werd de Plasklas opgeschaald naar alle RD4-gemeenten en vervolgens naar heel Zuid-Limburg. Wat de Zuid-Limburgse aanpak bij zonder maakt, is de domein-overstijgende samen werking. In een gezamenlijke werkgroep zitten Trendbreuk (GGD), jeugdgezondheidszorg, kinderopvang, gemeenten en afvalinzamelaars aan tafel. “We benaderen het vraagstuk als één geheel,” aldus Rikers.

Brede samenwerking

Zestien gemeenten betekent zestien perspectieven en besluitvormingsprocessen. Dit leidde tot vragen over verantwoordelijkheden: hoort dit thuis in het sociale domein of bij afval? Uiteindelijk bleek het beide te raken. Minder luiergebruik betekent afvalreductie, minder verwerkingskosten, een positieve bijdrage aan kansengelijkheid en het welzijn van kinderen én minder kosten voor het aanschaffen van luiers.

Resultaten en vervolg

De eerste resultaten uit een steekproef zijn hoopgevend. De kinderen van 30 procent van de respondenten waren binnen 3 maanden zindelijk, waarvan 53 procent binnen de eerste maand. Op basis van eerdere pilots wordt geschat dat gezinnen door de eerdere zindelijkheid per kind € 488 besparen op het aanschaffen van luiers. Voor heel Zuid-Limburg wordt geschat dat de 1678 deel nemers voor 16.728 maanden minder luiergebruik zorgen. Dat zijn meer dan 3 miljoen bespaarde luiers, meer dan € 800.000 kostenbesparing voor luieraanschaf en 452 ton minder luierafval. Myrthe Simons, jeugdarts in opleiding bij GGD Zuid-Lim burg, onderzocht hoe ouders de interventie erva ren. “Veel ouders en kinderen zijn enthousiast over het duidelijke stappenplan en de praktische speelse insteek. Maar liefst 75 procent van de ondervraagde ouders kan aan de slag met behulp van de Plasklas. Ouders geven de aanpak gemiddeld een 7 en het meest gegeven cijfer is een 8.”

Tijdig zindelijk zorgt voor een win-win-win-gedachte: minder luierafval, minder kosten voor ouders en minder gezondheidsklachten.

Uit de eerste peiling blijkt dat een eigen bijdrage voor veel ouders een drempel is, ongeacht inkomen. Daarom wordt ernaar gestreefd de interventie gratis beschikbaar te blijven stellen, met het oog op blijvende toegankelijkheid van de interventie. Daarnaast wordt gekeken naar verdere verduurzaming, door hergebruik van de prentenboeken via de promotiepartners of in samenwerking met bibliotheken. “Het uitgangspunt blijft kansen gelijkheid,” zegt Fabienne. “Iedere ouder moet toe gang hebben tot goede ondersteuning.”

Inspiratie voor andere regio’s

De Zuid-Limburgse aanpak met de Plasklas laat zien dat maatschappelijke vraagstukken zich niet laten vangen binnen één beleidskolom. Door de samenwerking op te zoeken tussen zorg, opvoe ding en afvalbeheer ontstaat ruimte voor innova tieve oplossingen. Voor andere regio’s ligt daar een duidelijke les. “Zoek deze samenwerking op,” zegt Myrthe. “Zorg dat alle disciplines vertegenwoordigd zijn, inclusief mensen die weten wat er in de spreekkamer en op de werkvloer gebeurt.” Fabienne: “Begin bij de jeugdgezondheidszorg, hier komen de meeste kinderen. Het Thema Zindelijk heid hoort daar thuis.” Met de Plasklas bewijst Zuid-Limburg dat investeren in jonge kinderen niet alleen sociale winst oplevert, maar ook bijdraagt aan een kleinere afvalberg. Eerder uit de luiers helpt kind en milieu vooruit!


VANG luierketenproject

Naast het belang van tijdige zindelijkheid vanwege de gezondheid van het kind, is er ook een link met afval. Dat kinderen later zindelijk zijn, zorgt ook dat ze langer luiers gebruiken. En dit zorgt voor meer luierafval. Het huishoudelijke restafval bestaat voor gemiddeld 8 pro cent uit luiers en incontinentiemateriaal. Jaarlijks wordt ongeveer 200 Kton aan afval van babyluiers geproduceerd.

Vanuit het Luierketenproject (onderdeel van VANG Huishoudelijk Afval en VANG Buitenshuis) wordt al langer gewerkt aan het verminderen van de hoeveelheid luier afval in Nederland. Dit gebeurt deels door in te zetten op het gebruik van wasbare luiers, zowel thuis als bij kinderdagverblijven. Daarnaast ligt de focus op het sti muleren van tijdige zindelijkheid vanuit de win-win-win gedachte: minder luierafval, minder kosten voor ouders en minder gezondheidsklachten. Een peuter gebruikt gemiddeld 1825 luiers per jaar, dit kost de ouders ongeveer €550.

Zindelijkheid stimuleren: hoe?

Het belangrijkste advies is: ga in gesprek met de lokale jeugdgezondheidszorg over dit thema. Dit kan een GGD zijn of een andere organisatie. Als je in jouw gemeente zelf vanuit afval of circulaire economie werkt, is het han dig om je collega’s te betrekken die werken onderwer pen zoals gezondheid of sociaal. Bespreek het belang van het op tijd communiceren naar ouders toe over tijdige zindelijkheid en zorg dat binnen de gemeente één boodschap wordt uitgedragen. Daarnaast is het nuttig kinderdagverblijven te betrekken, omdat die veel kinderen en ouders bereiken.

Er zijn ook hulpmiddelen ontwikkeld die je hierin kan gebruiken. De website Zomaar Zindelijk (zomaarzindelijk.nl) is ontwikkeld door onder andere GGD Midden-Drenthe. Hier staat informatie voor ouders en opvoeders over hoe je je kind helpt zindelijk te worden. Ook zijn er E-Learnings beschikbaar voor professionals, zoals medewerkers van kinderdagverblijven. Gemeente Groningen heeft in 2025 een campagne gedaan waarin Zomaar Zindelijk werd gepromoot, samen met de GGD Groningen.

Er zijn ook commerciële aanbieders die zindelijkheid stimuleren. Zo werkt De Pot Op samen met onder andere kinderdagverblijven van Partou om vroege zindelijkheidstraining te geven op de opvang. Een andere aanbieder is De Plasklas, die samenwerkt met meerdere gemeenten om apps en boekjes voor tijdige zindelijkheid aan te bieden aan ouders.