Gemotiveerd om gft te scheiden?


Zo doen ze dat in Apeldoorn

Intrinsieke motivatie, daar draait het om in Apeldoorn, als het gaat om de scheiding van groente-, fruit- en tuinafval (gft). Focus op de groep mensen die graag wil, luidt het motto van Marc Veenhuizen, programmamanager afval bij deze gemeente. ‘We willen hen helpen met de juiste voorzieningen en service.’

‘In Apeldoorn werken we volgens het diftarsysteem. We vinden het belangrijk dat bewoners van de hoogbouw, 25% van de ongeveer 65.000 huishouden, evenveel mogelijkheid krijgen om afval te scheiden als de overige driekwart in de laagbouw. Dit was een nadrukkelijke wens van de raad’, vertelt Veenhuizen. Daar neemt de gemeente verschillende maatregelen voor. Zo staat er bij iedere hoogbouwlocatie een container voor oud papier, binnen een straal van maximaal 500 m. Over het algemeen werkt dat goed en is er weinig vervuiling, aldus de programmamanager.

Plastic ondergronds

Meer discussie is er geweest over plastic, metalen verpakkingen en drankenkartons (PMD). ‘We hebben verschillende dingen geprobeerd. Zo begonnen we in ongeveer 4 jaar geleden met het uitdelen van speciale PMD-zakken. Die konden de hoogbouwbewoners eens in de 2 weken neerzetten bij de ondergrondse containers. Maar dat zorgde voor veel rommel op straat. Op een gegeven moment hebben we op verzoek van de gemeenteraad stalen ringen opgehangen aan de buitenmuren van de flats. De bedoeling was dat de inwoners hun PMD-zakken daaraan zouden hangen op een ophaaldag. Maar dat schoot zijn doel een beetje voorbij. Op een gegeven moment waren mensen zo fanatiek aan het scheiden dat de haken elke dag volhingen. Je kunt je voorstellen dat niet iedereen daar blij mee was.’ Vorig jaar besliste de gemeente daarom de haken op de meeste plekken weg te halen en 40 ondergrondse containers voor PMD te plaatsen speciaal voor de hoogbouw.

Schillenboer vooral leuk

En dan is er nog gft. Ook die afvalstroom is flink onder de loep genomen. Veenhuizen: ‘In 2004, toen we met diftar begonnen, gold voor gft overal in Apeldoorn hetzelfde tarief als voor restafval. Daar laaide 4 jaar later een discussie over op. In de laagbouw werd het tarief toen naar nul verlaagd. Niet veel later besliste de gemeenteraad dat ook de hoogbouw hier recht op had; begrijpelijk.’ In eerste instantie startte de gemeente met 4 ‘schillenboeren’ die elke dag tussen op vaste tijdstippen bij verschillende containers in de wijken stonden om daar gft-afval in ontvangst te nemen. Veenhuizen: ‘Mensen vonden dat erg leuk, vooral het sociale aspect. Maar er zaten ook best wel wat haken en ogen aan dat systeem. Je moet immers maar net in de gelegenheid zijn om op zo’n specifiek moment naar de container te gaan. En de 4 medewerkers die we elke dag stuurden, wogen qua kosten niet op tegen de het aantal hoogbouwbewoners dat zijn gft werkelijk kwam inleveren. Het percentage kwam neer op 10%.’

Niet extra rijden

Veenhuizen en zijn collega’s gingen opnieuw naar de tekentafel en kwamen tot het plan zoals dat nu wordt uitgevoerd. En dat is eigenlijk heel simpel: wie gft wil scheiden, krijgt daarbij hulp van de gemeente. Wie zich er niet mee bezig wil houden, doet het niet. Punt. Als er in een van de Apeldoornse flats inwoners zijn die het graag willen, kan diegene contact opnemen met de gemeente. Die plaatst dan een 240-literbak mini in een huisje met een trommel erin bij de flat. Het pasje dat die inwoners gebruiken voor het restafval wordt zo ingesteld dat ze het ook kunnen gebruiken voor hun gft-container. En dat werkt best goed, weet Veenhuizen: ‘Ongeveer 20% procent van de hoogbouwbewoners doet inmiddels mee. Het is nog niet duidelijk hoeveel kg dat oplevert. Als blijkt dat ze er ook andere dingen ingooien, halen we de container weer weg. Zo houden we de kwaliteit van deze afvalstroom hoog.  De containers legen we tijdens de reguliere route voor de laagbouw. Er wordt dus niet extra voor gereden.’

Intrinsieke motivatie

Veenhuizen is tevreden over het inzamelplan voor gft en blijft graag op dezelfde manier doorgaan. ‘De mensen die het belangrijk vinden, dus intrinsiek gemotiveerd zijn om afval te scheiden, melden zich nu. In hun enthousiasme kunnen zij een voorbeeld zijn voor anderen. Ik denk dat het meer oplevert om daarop te focussen dan op de mensen die het toch niet willen.’ De tip die hij meegeeft aan collega’s bij andere gemeenten sluit daarop aan. ‘Ik heb het idee dat veel organisaties heel geforceerd bezig zijn met doelstellingen, maar ik denk dat een organisch systeem als dit beter werkt. Ook al gaat het dan wat langzamer.’