Menukaart afvalpreventie Huishoudelijk Afval

Delen en lenen

Brochure beelden VANG2

Bereidheid tot gedragsverandering*: 👤

* De score op gedrag is gebaseerd op inzichten van de laatste gedragsliteratuur. Hoe meer icoontjes, des te groter de bereidheid om dit gedrag uit te voeren

Het delen en lenen van spullen of kleding zorgt ervoor dat mensen minder spullen in hun eigen bezit (hoeven te) hebben. Een bekend voorbeeld hiervan is gereedschap, zoals de boormachine die zijn hele leven maar een paar minuten draait. Hieronder lees je hoe je delen en lenen kunt stimuleren in jouw gemeente.

Iconen VANG Huishoudelijk zaklamp-08-other Uitgelichte maatregel:

Bied een deel- en leenplatform gratis aan jouw inwoners aan. Hierdoor kopen inwoners minder nieuwe spullen.

  • Wat: Ongeveer 50% van de Nederlanders leent of huurt weleens spullen. Wat het meest wordt geleend is gereedschap (ruim 60%) of spullen voor een feestje (zoals statafels, beamers, speakers, partytent) en kleine huishoudelijke elektronische apparatuur (bijv. keukenmachines, krultang, boormachine - ruim 40%). Kleine huishoudelijke elektrische apparaten worden door ruim 30% weleens geleend of gedeeld.
  • Wie: De meeste mensen delen of lenen het liefst met en van bekenden (vrienden, familie of buren, 50-80%). Minder dan 5% deelt of leent met en van onbekenden (zoals platforms en sociale media). Jongvolwassenen en hoger opgeleiden staan het meest open voor delen en lenen van spullen.
  • Hoe: Delen, lenen en huren kan via online platformen (Peerby of Hoplr), direct met buren, of via deel en leen kasten die sommige gemeenten nu aan het opzetten zijn.
  • Waarom wel: Voor delen is vooral het helpen van anderen een motief. Voor een vijfde van de delers is het in contact komen met anderen een motief. Voor lenen is vooral geld besparen belangrijk. Ook ruimtegebrek kan een motief zijn. Mensen delen en lenen vaker als ze weten dat dat een positief effect heeft op het milieu.
  • Waarom niet: Angst dat spullen stuk gaan, gebrek aan kennis waar mensen terecht kunnen en gedoe/ongemak houden mensen tegen om te delen en te lenen. Maatregelen moeten vooral het gevoel geven dat mensen elkaars buren zijn (dit verhoogt de bereidheid om te delen).

Om de fysieke leefomgeving van inwoners zo in te richten dat ze vaker delen en lenen, kun je:

  • Contact in de buurt stimuleren. Mensen delen en lenen het liefst met bekenden. Door bijvoorbeeld budget te geven aan de buurt voor het organiseren van een bijeenkomst, raken buren vertrouwd met elkaar en is de kans dat ze gaan delen en lenen groter.
  • Een plek in de wijk maken waar inwoners spullen kunnen delen met en lenen van elkaar. Denk aan een deelbox, buurtschuur of in een buurthuis. Gemeente Breda heeft wijkdeals om de sociale cohesie in de wijk te vergroten, en daarmee delen en lenen van buren aantrekkelijker te maken. Inwoners kunnen zo met wat geld van de gemeente buurtinitiatieven starten.
  • Bied een deel- en leenplatform gratis aan inwoners aan, zoals Peerby. Gemeente Veenendaal heeft hier ervaring mee, met als gevolg een stijging in het aantal (actieve) accounts en in het aantal succesvolle leenacties. Lees meer over Delen en lenen stimuleren via een platform. Milieu Centraal heeft in 2021 en 2022 met diverse partners een pilot uitgevoerd in de Rotterdamse wijk Blijdorp. De handleiding is te vinden op: Toolkit Jouw gemeente DeeltHet | Milieu Centraal. Spullen werden bijna 11 keer vaker te huur aangeboden dan vóór de pilot.
  • Gemeente Meppel heeft het project ‘Meppel Deelt’ opgezet in samenwerking met NMF Drenthe, Stichting Welzijn MensenWerk en Meppelvoorelkaar, mede mogelijk gemaakt door Provincie Drenthe.
  • Gemeente Amersfoort heeft een Deel- en Leenstation geopend waar je tegen betaling spullen kunt lenen die je niet dagelijks nodig hebt. Denk aan een boormachine, tuingereedschap of een naaimachine. Meer informatie vind je op Deelstation Amersfoort: samen delen, samen besparen.

De motivatie van je inwoners kan je via communicatie vergroten.

  • Maak de opties tot delen en lenen zichtbaarder. Bijvoorbeeld via een campagne of met een kaart waarop alle deel- en leenplekken in je gemeente zichtbaar zijn, zowel die van inwoners als van bedrijven. Je kunt zelf in Google Maps via My Maps een kaart maken. Je kunt één kaart maken voor alle deel- en leeninitiatieven, verkooppunten voor tweedehands spullen én repareerplekken in je gemeente.

Om de effecten van de interventies te meten kan de monitor op verschillende manieren ingericht worden. Dit is ook afhankelijk van hoe de interventie is opgezet en het bereik. Het aantal producten dat is gedeeld en/of geleend is daarbij een passende indicator. Hieronder staan een aantal suggesties:

Preventiemaatregel testen

Sommige deel-, leen- of ruil initiatieven maken gebruik van een digitaal platform of fysieke locatie. De administratie van deze initiatieven kan een aanknopingspunt zijn voor de monitoring.

  • Tuflijst in de kledingketting
  • Bij het faciliteren van delen en lenen op locatie: het aantal en soort producten dat wordt gedeeld en geleend

Trends binnen gemeentes

  • Overzicht van de verschillende initiatieven en de dekking ervan in de gemeente
  • Bij focus op apparaten: hoeveelheid elektronica-afval